ECLI:NL:RBDHA:2023:17392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen afhandeling klacht asielaanvraag
Eiser diende op 25 augustus 2021 een asielaanvraag in. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en startte een beroep bij de rechtbank, dat op 26 oktober 2022 gegrond werd verklaard. De staatssecretaris moest binnen acht weken beslissen, maar stelde de aanvraag buiten behandeling. Hiertegen stelde eiser opnieuw beroep, dat op 8 december 2022 gegrond werd verklaard en de beslissing werd vernietigd.
Eiser diende op 1 maart 2023 een klacht in over het uitblijven van een nieuwe beslissing en stelde dat een dwangsom van €100 per dag liep. De staatssecretaris verklaarde de klacht ongegrond en stelde dat de beslistermijn nog niet was verstreken. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, waarna de staatssecretaris op 7 augustus 2023 liet weten dat tegen de afhandeling van een klacht geen beroep openstaat.
De rechtbank oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is om te beslissen over het beroep tegen de afhandeling van de klacht, omdat op grond van artikel 9:3 Awb Pro geen beroep mogelijk is tegen klachtenafhandeling. Daarnaast is het standpunt van de staatssecretaris over de dwangsom geen besluit in de zin van het bestuursrecht, zodat hierover de burgerlijke rechter moet worden benaderd.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd van het beroep kennis te nemen en wijst proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof op 13 november 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afhandeling van de klacht.