ECLI:NL:RVS:2023:3199
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid rechtbank inzake dwangsom bij mvv-aanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 30 september 2022 mvv-aanvragen van vreemdelingen en stelde dat hij geen rechterlijke dwangsom had verbeurd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen deels gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een dwangsom van €7.500 had verbeurd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het standpunt van de staatssecretaris over de dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat de rechtbank niet bevoegd is om hierover te oordelen. De vreemdelingen moeten zich tot de burgerlijke rechter wenden voor vaststelling van de dwangsom.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de rechtbank werd onbevoegd verklaard kennis te nemen van het beroep tegen de dwangsom.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de door de staatssecretaris verbeurde dwangsom, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.