ECLI:NL:RBDHA:2023:17418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken familierechtelijke relatie
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) onder de beperking nareis bij haar echtgenoot (referent) die sinds 2021 een asielstatus in Nederland heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het peilmoment feitelijk tot het gezin van referent behoorde. De rechtbank toetste het beroep tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde documenten, waaronder een huwelijksverklaring van de Sharia-rechtbank en een familieboekje, onvoldoende bewijs leverden van een rechtsgeldig huwelijk. De huwelijksverklaring bevatte tegenstrijdigheden en onjuistheden, onder meer omdat referent fysiek niet aanwezig kon zijn bij het opmaken van de verklaring. Ook het familieboekje was gebaseerd op twijfelachtige documenten. Daarnaast was er onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie, mede omdat referent ook een relatie met een andere vrouw onderhield.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en dat zonder het bestaan van een familierechtelijke relatie geen mvv nareis kan worden toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van een familierechtelijke relatie.