ECLI:NL:RBDHA:2023:17447
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening in familierechtelijke zaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij een familierechtelijke procedure over de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige dochter en de co-ouderschapsregeling. De dochter had de rechter verzocht haar hoofdverblijfplaats bij haar vader te bepalen. Verzoekster voelde zich niet gehoord en niet gezien als moeder, wat zij als grond voor wraking aanvoerde.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria voor rechterlijke onpartijdigheid en het tijdstip van indiening. Omdat verzoekster de omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek reeds op 26 juli 2022 kende, maar het verzoek pas op 18 april 2023 indiende, is het verzoek te laat. Verzoekster heeft geen redelijke verklaring gegeven voor dit tijdsverloop van bijna negen maanden.
De wrakingskamer heeft daarom het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond ten tijde van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats, omdat het verzoek niet-ontvankelijk is. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder redelijke verklaring.