ECLI:NL:RBDHA:2023:17461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Inzage politiegegevens uitsluitend bijstand door advocaat toegestaan
Eiseres verzocht op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) om inzage in haar persoonsgegevens die door de politie worden verwerkt. De korpschef van de Nationale Politie heeft dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd, maar geweigerd om namen van politiemedewerkers, derden en informatie over een opsporingsonderzoek te verstrekken. Daarnaast bood de korpschef aan om een afspraak te maken voor feitelijke inzage op kantoor.
Eiseres stelde dat het besluit in strijd was met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en dat de korpschef de feitelijke inzage frustreerde door haar gemachtigde, die geen advocaat is, niet toe te laten. De rechtbank overwoog dat het besluit om inzage te verlenen aan het verzoek voldoet en dat de korpschef terecht de aanwezigheid van een niet-advocaat bij de inzage mocht weigeren.
De rechtbank baseerde zich op artikel 26, derde lid, van de Wpg, dat bepaalt dat alleen een advocaat inzage kan krijgen namens eiseres. Dit is in lijn met de wetsgeschiedenis en vergelijkbare bepalingen in andere wetten, die beogen te voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot gevoelige politiegegevens.
De stelling van eiseres dat bij andere politieonderdelen een niet-advocaat wel mocht bijstaan, werd niet onderbouwd en deed niet af aan het oordeel. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, zij kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de weigering om een niet-advocaat als gemachtigde toe te laten bij inzage is rechtmatig.