ECLI:NL:RBDHA:2023:17471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke afwijzing naturalisatie wegens ontzegging rijbevoegdheid niet voldoende gemotiveerd
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, werd een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd wegens rijden onder invloed. Verweerder wees zijn verzoek om naturalisatie af op grond van artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat eiser volgens verweerder een gevaar voor de openbare orde vormt.
De rechtbank oordeelt dat de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap onduidelijk is over de betekenis van een ontzegging van de rijbevoegdheid, omdat deze niet als bijkomende straf in de zin van het Wetboek van Strafrecht, maar van de Wegenverkeerswet wordt beschouwd. Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze sanctie zo ernstig is dat zij een gevaar voor de openbare orde oplevert.
Eiser voerde aan dat hij vooraf telefonisch is verzekerd dat deze sanctie geen belemmering vormde voor naturalisatie en dat de Handleiding tegenstrijdig is. De rechtbank stelt vast dat verweerder zich niet kan beroepen op een onjuist uitgangspunt en dat het besluit niet voldoet aan het motiveringsbeginsel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van naturalisatie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.