ECLI:NL:RVS:2014:4455
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake afwijzing naturalisatie wegens ontnemingsmaatregel
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om naturalisatie door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De afwijzing was gebaseerd op ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde, vanwege een ontnemingsmaatregel opgelegd na een misdrijf.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellant betoogde dat de ontnemingsmaatregel niet gelijkgesteld kan worden aan een vermogenssanctie zoals bedoeld in de Handleiding bij de Rijkswet op het Nederlanderschap, en dat het rechtszekerheidsbeginsel tegen toepassing daarvan pleit.
De Afdeling oordeelt dat de ontnemingsmaatregel niet uitdrukkelijk als vermogenssanctie in de Handleiding is vermeld en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze maatregel als zodanig moet worden aangemerkt. Gezien jurisprudentie heeft de ontnemingsmaatregel een reparatoir karakter, vergelijkbaar met schadevergoedingsmaatregelen die niet tegen een naturalisatieverzoek mogen worden tegengeworpen.
Daarom vernietigt de Afdeling het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen in stand laat en beveelt een nieuw besluit. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit dat de rechtsgevolgen van de afwijzing in stand liet wordt vernietigd.