ECLI:NL:RBDHA:2023:17476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit op bezwaar mvv-nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend en kennelijk gegrond.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 19 weken, verlengd met 6 weken, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Op grond van de Awb wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. De rechtbank legt daarom een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Verweerder is tevens veroordeeld tot betaling van de reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442, de proceskosten van € 418,50 en de vergoeding van het griffierecht van € 184 aan eiser.
De rechtbank motiveert de langere termijn vanwege de bijzondere aard van gezinsherenigingsaanvragen bij houders van een asielvergunning, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.