Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris alsnog binnen een door haar opgelegde termijn een besluit moet nemen. Afhankelijk van het al dan niet bieden van herstelverzuim en de noodzaak van nader onderzoek, varieert deze termijn van vier tot twintig weken na verzending van de uitspraak. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- voor het geval de termijn wordt overschreden.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 209,25 aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp bij een zaak van zeer licht gewicht. De uitspraak is gedaan zonder zitting, na overleg met partijen.