ECLI:NL:RBDHA:2023:17509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Letland volgens Dublinverordening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser stelde dat hij in Letland gedwongen was zijn vingerafdrukken af te geven en dat hij daardoor verplicht was daar asiel aan te vragen. Tevens voerde hij aan dat Letland ernstige tekortkomingen vertoont in de asielprocedure en opvang, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast zou mogen worden. Ook stelde hij dat zijn medische situatie toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat uit Eurodac-gegevens blijkt dat eiser daadwerkelijk in Letland een asielaanvraag heeft ingediend. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de andere lidstaat haar verplichtingen niet nakomt en er een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat. Eiser heeft dit onvoldoende concreet onderbouwd. Ook is niet gebleken dat de medische situatie van eiser een reden is om artikel 17 toe Pro te passen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt bekrachtigd.