ECLI:NL:RBDHA:2024:3751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Letland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan worden toegepast op Letland vanwege meldingen van pushbacks en racisme, wat een reëel risico op schending van fundamentele rechten oplevert. Hij verwijst naar diverse rapporten en jurisprudentie die dit onderbouwen.
De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Letland het interstatelijk vertrouwensbeginsel schendt of dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU-Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM. De rechtbank volgt daarmee eerdere uitspraken van hogere bestuursrechters en het Hof van Justitie.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Letland verantwoordelijk is.