ECLI:NL:RBDHA:2023:17554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid
Eisers, een staatloze Palestijn en zijn Jordaanse echtgenote, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De staatssecretaris achtte de identiteit geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van de problemen die eisers ondervinden door het huwelijk en het werk van eiser.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van de problemen door het huwelijk, mede vanwege tegenstrijdigheden in het huwelijksdocument en verklaringen. Echter, de rechtbank vindt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de problemen door het werk van eiser ongeloofwaardig zijn, met name over de vermeende inconsistenties in zijn verklaringen en de uitreis.
De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten en verklaart het beroep gegrond. Tevens krijgt het echtpaar een proceskostenvergoeding toegekend. De staatssecretaris wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en verklaart het beroep gegrond.