ECLI:NL:RVS:2019:2601
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek authenticiteit bewijs
De staatssecretaris heeft op 5 april 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was onderzoek te doen naar de authenticiteit van het door de vreemdeling overgelegde proces-verbaal van huiszoeking en bevel tot aanhouding. De staatssecretaris had geen concrete twijfel geuit over de authenticiteit, terwijl het een eerste aanvraag betrof. Tevens werd verwezen naar eerdere jurisprudentie die dit standpunt ondersteunt.
Daarnaast werd vastgesteld dat de rechtbank bij het beoordelen van asielmotieven rekening moet houden met het moment van indiening en de concreetheid daarvan, en moet onderzoeken of het motief in beroep betrokken kan worden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van deze overwegingen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.