Eiser exploiteert een cateringbedrijf vanuit zijn woning, wat in strijd is met het bestemmingsplan Leidschenveen dat alleen aan-huis-gebonden beroepen toestaat. Verweerder legde eiser een eerste last onder dwangsom op in 2020 wegens het bereiden van voedsel in de woning. Na een onaangekondigde controle op 17 december 2021 constateerde de Haagse Pandbrigade opnieuw voedselbereiding, waarop een tweede last onder dwangsom en invordering van een verbeurde dwangsom volgden.
Eiser betwistte dat er voedsel werd bereid, stelde dat broodjes alleen waren opgewarmd en verwees naar verklaringen dat hij op die dag elders werkte. De rechtbank oordeelde dat het opwarmen van broodjes onder het begrip voedselbereiding valt en dat het bezoekverslag en de aangetroffen bestellijst voldoende aannemelijk maken dat er in de woning voedsel werd bereid voor het cateringbedrijf.
De rechtbank stelde vast dat het bestemmingsplan cateringactiviteiten in de woning verbiedt en dat eiser geen vergunning heeft aangevraagd. Overlast door de activiteiten is niet relevant voor het handhavingsbesluit. Gezien het recidivekarakter was het opleggen van een tweede last onder dwangsom gerechtvaardigd. De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard, waardoor de dwangsommen in stand blijven en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.