ECLI:NL:RVS:2023:3627
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen voor strijdig gebruik woning zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Soest legde aan [appellante] meerdere dwangsommen op wegens het gebruik van bebouwing als woning zonder de vereiste omgevingsvergunning, in strijd met het bestemmingsplan 'Landelijk gebied'. Na het niet voldoen aan de opgelegde lasten en het niet ongedaan maken van de overtreding, werd overgegaan tot invordering van in totaal €100.000.
[Appellante] stelde in hoger beroep dat zij niet meer op het perceel woonde en dat de dwangsommen verjaard waren. De Afdeling oordeelde dat het college terecht uitging van de inschrijving in de BRP en de feitelijke constatering van bewoning tijdens een controle. Daarnaast was de stuiting van de verjaring tijdig verricht met een aanmaning.
Verder betoogde [appellante] dat sprake was van een uitzonderlijk geval wegens verkoop van de woning, een omgevingsvergunningvrij bouwwerk en belangenverstrengeling. Deze gronden werden verworpen omdat zij niet voldoende onderbouwd waren en niet in de invorderingsfase aan de orde konden komen.
Ook het beroep op onbillijkheid vanwege de hoogte van de dwangsommen slaagde niet, omdat onvoldoende bewijs werd geleverd van betalingsonmacht. Nieuwe beroepsgronden over beschermde diersoorten werden niet ontvankelijk verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen van €100.000 wordt bevestigd.