Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[B.V. I] te [plaats 2] , gemeente [gemeente] ,
[B.V. II]te [plaats 1] , gemeente [gemeente] ,
[de Holding]te [plaats 1] , gemeente [gemeente] ,
[de Werkmaatschappij]te [plaats 1] , gemeente [gemeente] ,
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
- [B.V. X] , waarvan [bestuurder 1] enig aandeelhouder en bestuurder is,
- [B.V. I] , waarvan [bestuurder 2] enig aandeelhouder en bestuurder is,
- [B.V. II] , waarvan [bestuurder 3] enig aandeelhouder en bestuurder is.
[bestuurder 1] blijft aan als aandeelhouder tot zijn pensioen in 2031. (…)
‘overeenkomst van opdracht van dienstverband’met de Werkmaatschappij moeten aangaan. [bestuurder 2] stelt dat hij en [bestuurder 3] dat al hebben gedaan en dat als [bestuurder 1] niet voor 20 januari 2023 die overeenkomst aangaat, de samenwerking met de Werkmaatschappij per 1 februari 2023 zal eindigen. Tijdens de AVA is door [bestuurder 2] nog opgemerkt dat er geen afspraken zijn gemaakt tussen partijen in de Aangevulde Notitie en dat [bestuurder 1] niet tot 2031 op basis van de managementovereenkomst werkzaamheden zou kunnen verrichten. Namens [bestuurder 2] heeft diens raadsman opgemerkt dat de samenwerking tussen partijen niet werkt en ook niet gaat werken en dat voor [bestuurder 2] de enige optie is om uit elkaar te gaan.