ECLI:NL:RBDHA:2023:17639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en het onderzoek gesloten zonder zitting.
Volgens de wet moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Sinds 27 september 2022 is het besluit WBV 2022/22 van kracht, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren, met negen maanden is verlengd.
Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. De aanvraag van eiser valt onder het toepassingsgebied van WBV 2022/22, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 30 maart 2024.
De ingebrekestelling van 12 juli 2023 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.