ECLI:NL:RBDHA:2023:17644
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering bijstand in Woo-zaken wegens vermeend misbruik van recht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Nationale ombudsman om hem voor zes maanden bijstand of vertegenwoordiging in Woo-zaken te weigeren. Dit besluit is genomen omdat verweerder meent dat verzoeker de Woo misbruikt door verzoeken in te dienen met persoonlijke rancune en doel om de organisatie te ontregelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de kern van het geschil – het al dan niet bestaan van misbruik van recht – niet eenvoudig is en beter in de bodemprocedure kan worden beoordeeld. De bodemprocedure staat gepland voor 13 december 2023, waardoor een voorlopige beoordeling niet passend is.
De voorzieningenrechter weegt het spoedeisend belang van verzoeker tegen het belang van verweerder om niet geconfronteerd te worden met mogelijk misbruik van procedures. Gezien het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang en het feit dat de Woo-verzoeken niet bijzonder urgent zijn, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen verzet of hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van bijstand in Woo-zaken wordt afgewezen.