Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de verlenging van de weigering van zijn bijstand of vertegenwoordiging als gemachtigde in procedures op grond van de Wet open overheid (Woo). De weigering werd aanvankelijk opgelegd op 25 juli 2023 en met een halfjaar verlengd op 24 januari 2024 vanwege vermeend misbruik van recht door verzoeker.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of sprake is van misbruik van recht complex is en niet geschikt voor beoordeling in een voorlopige voorziening. Er loopt een bodemprocedure bij de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag die deze vraag behandelt.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van verweerder om te voorkomen dat er veel procedures met mogelijk misbruik worden behandeld zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. De Woo-verzoeken zijn niet bijzonder spoedeisend en verzoeker is niet financieel afhankelijk van de procedures.
Het verzoek om verwijzing naar een andere rechtbank wordt afgewezen. Verzoeker krijgt het griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.