ECLI:NL:RBDHA:2023:17657
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot teruggeleiding van minderjarige uit Azerbeidzjan naar Nederland wegens internationale kinderontvoering
De rechtbank Den Haag behandelde op 15 september 2023 een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn minderjarige kind uit Azerbeidzjan naar Nederland. De moeder was met toestemming van de vader vertrokken naar Azerbeidzjan voor een tijdelijk verblijf, maar keerde niet terug en verblijft sindsdien met het kind in Azerbeidzjan, een land dat geen partij is bij het Haagse Verdrag.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het Verdrag, de Uitvoeringswet en artikel 3 Rv Pro, ondanks het ontbreken van een teruggeleidingsprocedure in Azerbeidzjan. De vasthouding van het kind in Azerbeidzjan werd aangemerkt als ongeoorloofd, omdat het gezag gezamenlijk werd uitgeoefend en de vader geen toestemming gaf voor het verblijf aldaar.
Hoewel meer dan een jaar was verstreken sinds de overbrenging, oordeelde de rechtbank dat het kind niet geworteld is in Azerbeidzjan, mede vanwege het ontbreken van een vaste woonplek, schoolgang en verblijfsrecht aldaar. Er waren geen weigeringsgronden van toepassing. De rechtbank gelastte de terugkeer uiterlijk 22 september 2023 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad om snelle terugkeer te bevorderen.
De moeder dient het kind terug te brengen, en indien zij dit nalaat, moet zij het kind met geldige reisdocumenten aan de vader afgeven. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Hoger beroep is mogelijk binnen twee weken na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige uit Azerbeidzjan naar Nederland uiterlijk 22 september 2023.