ECLI:NL:RBDHA:2023:17685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering terugbetaling studiefinanciering wegens overschrijding bijverdiengrens afgewezen
Eiser begon in 2013 met een studie en liep door medische klachten studievertraging op. Verweerder verlengde daarom zijn studiefinancieringstijdvak met 12 maanden. Omdat eiser in 2018 meer dan de bijverdiengrens verdiende, vorderde verweerder €3.065,84 terug. Eiser stelde dat alleen bijverdiensten tot augustus 2018 van belang zijn en dat hij met terugwerkende kracht zijn studiefinanciering had stopgezet door in juni 2019 de lening af te lossen.
De rechtbank oordeelde dat het terugbetalen van de lening niet gelijkstaat aan het met terugwerkende kracht stopzetten van studiefinanciering. Het recht op studiefinanciering bestond over het gehele kalenderjaar 2018. Eiser had bovendien de mogelijkheid om het studiefinancieringstijdvak in te korten, ook al was de termijn door de verlenging korter dan normaal.
De rechtbank verwierp ook het beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel. De vordering is compensatoir en proportioneel, gericht op het herstel van de oorspronkelijke situatie. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser is gehouden het gevorderde bedrag te betalen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij is gehouden de vordering van €3.065,84 te betalen.