ECLI:NL:RBDHA:2023:17689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie bij PTSS-patiënt
Eiser, een Guinese vreemdeling, verzocht op 21 april 2022 om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd vastgesteld dat er geen sprake was van een medische noodsituatie op korte termijn, ondanks de aanwezigheid van PTSS en andere aandoeningen.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en leverde aanvullende medische informatie aan. Het BMA handhaafde haar advies na aanvullend onderzoek, waarbij werd geadviseerd dat eiser onder begeleiding van een psychiatrisch verpleegkundige zou moeten reizen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht is uitgegaan van het BMA-advies, dat zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende medische informatie had aangeleverd om het advies te weerleggen, en dat eerdere crisissituaties onvoldoende waren gedocumenteerd om te concluderen dat er sprake was van ernstige psychische ontregeling.
Ook het verzoek van eiser tot benoeming van een deskundige werd afgewezen, omdat de rechtbank geen aanleiding zag voor compensatie gezien de beschikbare medische stukken en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor twijfel aan het BMA-advies.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het terugkeerbesluit niet ambtshalve opnieuw hoeft te worden getoetst aan artikel 8 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een medische noodsituatie op korte termijn.