ECLI:NL:RVS:2020:1941
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens gezondheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 oktober 2018 het verzoek van een vreemdeling om uitstel van uitzetting af op grond van artikel 64 Vw Pro 2000, mede gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 4 april 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet aan zijn vergewisplicht had voldaan, omdat hij beschikte over dezelfde medische informatie als het BMA en dat een verschil van inzicht over conclusies niet betekent dat het advies onzorgvuldig is. De rechtbank had bovendien een eigen medisch oordeel gegeven, wat niet is toegestaan.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.