ECLI:NL:RBDHA:2023:17692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser, een persoon van Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als gevolg van de massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep op 14 november 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank baseerde haar oordeel mede op een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023, waarin werd bevestigd dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen zonder individueel gehoor.
De beroepsgronden van eiser richtten zich op de bevoegdheid van verweerder en het inroepen van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De rechtbank vond echter geen aanleiding om af te wijken van de eerdere rechtspraak en oordeelde dat verweerder geen ondubbelzinnige toezegging aan eiser had gedaan die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.