ECLI:NL:RBDHA:2023:17696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig verklaard
Eiser, een derdelander uit Marokko, betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank Den Haag heeft het beroep op 14 november 2023 behandeld en beoordeelt dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming te beëindigen voor de facultatieve groep waartoe eiser behoort. De rechtbank volgt de eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023, waarin deze bevoegdheid en de rechtmatigheid van de beëindiging zijn bevestigd.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die afwijken van de eerdere rechtspraak. Er zijn geen ondubbelzinnige toezeggingen aan eiser gedaan die het vertrouwensbeginsel zouden schenden, en ook zijn er geen motiverings- of zorgvuldigheidsgebreken vastgesteld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.