ECLI:NL:RBDHA:2023:17773
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, verzocht Nederland om zijn asielaanvraag in behandeling te nemen, nadat hij via Letland, Litouwen en Polen probeerde asiel te verkrijgen. Nederland weigerde dit omdat Letland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag en Letland het verzoek tot terugname heeft aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege mishandeling en pushbacks aan de grens tussen Belarus en Letland. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Letland tekortschiet in de bescherming, en dat het vertrouwen in Letland als lidstaat gerechtvaardigd is.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij vanwege familiebanden en de zorg voor zijn ouders in Nederland moest worden toegelaten. De rechtbank vond dat verweerder onzorgvuldig was door pas in het bestreden besluit te stellen dat de familieband niet was aangetoond, maar oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende waren om Nederland verantwoordelijk te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen.