Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], geboren op [geboortedatum 1] [naam 2],
[naam 6],geboren op [geboortedatum 6]
[naam 7],geboren op [geboortedatum 7]
[naam 8],
[naam 9],geboren op [geboortedatum 9]
[naam 10],
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben op 4 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling van eisers op 13 januari 2023. Op 25 augustus 2023 is beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door de staatssecretaris, is verstreken. Eisers hebben de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d Awb. De staatssecretaris krijgt een termijn van acht weken om alsnog een besluit te nemen, of twintig weken indien nader onderzoek nodig is.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500, waarvan de reeds verbeurde dwangsom op €1.442 wordt vastgesteld. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €418,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt de staatssecretaris op binnen de gestelde termijnen alsnog te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.