ECLI:NL:RBDHA:2023:17817
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser diende op 6 juli 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de staatssecretaris op 26 juli 2023 in gebreke en stelde vervolgens op 28 augustus 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 wordt opgelegd.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser ter hoogte van €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en griffier N. Walstra en is zonder zitting uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.