ECLI:NL:RBDHA:2023:17826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en risico op refoulement
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt of eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij overdracht aan Zweden een reëel risico op indirect refoulement loopt.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres de hoge bewijslast niet heeft voldaan. Zij heeft geen bewijs geleverd van een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid tussen Zweden en Nederland, noch van het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen in Zweden. Ook de aanvullende zienswijze bevatte geen nieuwe relevante informatie en er zijn geen vertalingen van de stukken overgelegd.
Verder oordeelt de rechtbank dat de familierechtelijke relatie en de gestelde afhankelijkheid van haar minderjarige broertjes onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt om een uitzondering op de Dublinverordening te rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.