ECLI:NL:RBDHA:2023:1785
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelt dat hij bij overname door Spanje geen toegang zal krijgen tot opvang en voorzieningen en dat hij niet in staat zal zijn om hiertegen op te komen, met een beroep op artikel 3 EVRM Pro ter bescherming tegen onmenselijke behandeling. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in Spanje die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin bevestigd is dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat het AIDA-rapport 2021 geen wezenlijk ander beeld geeft. De Spaanse autoriteiten nemen maatregelen om opvang en voorzieningen voor Dublinclaimanten te waarborgen.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.