Eisers, allen van Jemenitische nationaliteit, hebben op 8 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist, ondanks een geldige ingebrekestelling van eisers op 6 april 2023.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder met drie maanden is verlengd, maar dat deze termijn inmiddels is verstreken. Eisers hebben vervolgens op 16 augustus 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie dat overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met een asielvergunninghouder een bijzonder geval is en legt daarom een dwangsom op.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na de uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, in welk geval de termijn twintig weken bedraagt. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.