ECLI:NL:RBDHA:2023:18106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit bezwaar werd door verweerder kennelijk ongegrond verklaard. Verzoekster stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit. Later werd haar asielaanvraag door verweerder ingewilligd, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb alleen mogelijk is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend. In deze zaak heeft verweerder het bestreden besluit niet ingetrokken of gewijzigd, maar een nieuw besluit genomen in een andere procedure.
De rechtbank concludeert dat het inwilligen van de asielaanvraag niet betekent dat het bestreden besluit onjuist of onrechtmatig was. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen. Verzoekster had geen belang meer bij het uitstel van vertrek na het verkrijgen van verblijfsrecht, maar dit leidt niet tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het bestreden besluit niet onrechtmatig is genomen.