ECLI:NL:RBDHA:2023:18106

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
NL22.21680
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArtikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit bezwaar werd door verweerder kennelijk ongegrond verklaard. Verzoekster stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit. Later werd haar asielaanvraag door verweerder ingewilligd, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank overweegt dat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb alleen mogelijk is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend. In deze zaak heeft verweerder het bestreden besluit niet ingetrokken of gewijzigd, maar een nieuw besluit genomen in een andere procedure.

De rechtbank concludeert dat het inwilligen van de asielaanvraag niet betekent dat het bestreden besluit onjuist of onrechtmatig was. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen. Verzoekster had geen belang meer bij het uitstel van vertrek na het verkrijgen van verblijfsrecht, maar dit leidt niet tot een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het bestreden besluit niet onrechtmatig is genomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21680

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M. Taheri),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: M. Fitters).

Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft op 24 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft bij besluit van 8 februari 2023 de asielaanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft op 10 februari 2023 het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Verzoekster heeft een reactie op het verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee eigenlijk wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb is geen sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit neemt op andere gronden dan door de indiener aangevoerd of vanwege gewijzigde omstandigheden. [1]
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het inwilligen van de asielaanvraag van verzoekster niet tot gevolg heeft dat het bestreden besluit onjuist was of onrechtmatig is genomen. Er is daarom geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Verzoekster voert daartegen aan dat zij geen aanvraag om uitstel van vertrek had ingediend in het geval verweerder haar asielaanvraag eerder had ingewilligd. Verder stelt verzoekster dat de kans groot was dat haar beroep tegen het bestreden besluit gegrond zou worden verklaard.
4. De rechtbank stelt vast dat de intrekking van het beroep het gevolg is van de inwilliging van de asielaanvraag van verzoekster. Verzoekster heeft immers geen belang meer bij haar aanvraag om uitstel van vertrek, omdat zij inmiddels een verblijfsrecht heeft. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder het bestreden besluit niet heeft ingetrokken of heeft gewijzigd. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van deze omstandigheden niet worden geconcludeerd dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Er is daarom geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Dat verzoekster geen aanvraag om uitstel van vertrek had ingediend als de asielaanvraag eerder was ingediend maakt dit niet anders, omdat het daarbij gaat om een ander besluit in een andere procedure en hieruit niet kan worden afgeleid dat het bestreden besluit onrechtmatig is genomen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Remerie, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie onder meer de uitspraken van 31 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:676 en van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084.