ECLI:NL:RBDHA:2023:1813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eiser, een meerderjarige Turkse nationaliteit dragende man, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel nareis bij verweerder. Verweerder wees de aanvraag af omdat hij aannam dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader, de referent, was verbroken. Dit standpunt baseerde verweerder op het feit dat eiser sinds 2018 zelfstandig in zijn levensonderhoud voorziet en niet langer tot het gezin van de referent behoort.
De rechtbank bevestigt dat verweerder zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen. Eiser werkte fulltime als advocaat en verdiende een inkomen dat iets boven het minimumloon in Turkije lag. Hij kon niet onderbouwen dat hij niet in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een verbroken feitelijke gezinsband niet worden hersteld.
Eisers psychische klachten en moeilijke maatschappelijke positie in Turkije werden niet betrokken bij de beoordeling van de gezinsband. Ook was er geen sprake van bijzondere of schrijnende omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen hoorplicht schond, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de aanvraag mvv blijft afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag mvv wegens verbroken feitelijke gezinsband.