ECLI:NL:RVS:2017:3067
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verbroken gezinsband bij aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
De vreemdeling, een Syrische vrouw geboren in 1983, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij haar vader in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling niet meer feitelijk tot het gezin van haar vader behoorde, met als grond dat zij vóór het vertrek van haar vader uit Syrië zelfstandig in haar levensonderhoud voorzag via een kapperszaak.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de gezinsband verbroken zou zijn en dat de vreemdeling niet in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de gezinsband al vóór de verwoesting van de kapperszaak was verbroken en dat herstel van een verbroken gezinsband niet wordt aangenomen volgens het beleid.
De Raad van State bevestigde dat het beleid inhoudt dat een meerderjarig kind dat zelfstandig in het levensonderhoud voorziet en de verzorgende rol van de ouders heeft overgenomen, niet langer feitelijk tot het gezin behoort. Omdat de vreemdeling dit niet aannemelijk had weerlegd, oordeelde de Afdeling dat de gezinsband was verbroken en verklaarde het beroep ongegrond. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband met de referent is verbroken.