ECLI:NL:RBDHA:2023:18145
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na mondelinge einduitspraak in zorgmachtigingzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. S. van der Harg, rechter in een zaak betreffende een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Verzoeker stelde dat de rechter haar oordeel vooraf had gevormd en dat de zitting gehaast verliep, waardoor hij niet voldoende gelegenheid had om zijn standpunten toe te lichten.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter slechts kan worden gewraakt bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat bijzondere omstandigheden vereist. Het verzoek werd echter ingediend nadat de rechter op 29 augustus 2023 mondeling einduitspraak had gedaan in de hoofdzaak. De wet voorziet niet in wraking na einduitspraak, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.
Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en zond de beslissing toe aan verzoeker en de rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na mondelinge einduitspraak is ingediend.