ECLI:NL:RBDHA:2023:18146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit asielaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op zijn beroep tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag is beslist. Het bestreden besluit dateert van 13 oktober 2021 en betreft de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak op 14 april 2022 behandeld, waarbij partijen en een tolk aanwezig waren. Na heropening van het onderzoek op 2 juni 2022 is de behandeling overgenomen door mr. J.F.I. Sinack. Op 17 november 2023 is in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waarmee het beroep is beslist.
Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.