ECLI:NL:RBDHA:2023:18159
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag vanwege verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met Iraanse nationaliteit, diende op 2 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Kroatië had het verzoek tot terugname aanvaard.
Eiser stelde dat sprake was van een zorgvuldigheidsgebrek omdat hij niet gehoord was over zijn bezwaren tegen overdracht en dat Kroatië asielzoekers niet adequaat behandelt. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende was uitgenodigd voor een gehoor en dat het niet verschijnen zijn eigen verantwoordelijkheid was. Tevens volgde de rechtbank de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigt dat Kroatië adequaat asielzoekers behandelt.
Verweerder maakte terecht terughoudend gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid om de aanvraag aan zich te trekken, omdat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die overdracht aan Kroatië van onevenredige hardheid maken. De stelling van mishandeling in Kroatië werd ter zitting pas aangevoerd en onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.