ECLI:NL:RBDHA:2023:18197
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en oplegging dwangsommen in vreemdelingenzaak
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft het verzoek tot griffierechtvrijstelling toegewezen en het beroep gegrond verklaard, omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de staatssecretaris vanaf 11 januari 2023 in gebreke is gesteld en tot uiterlijk 25 januari 2023 had kunnen beslissen zonder dwangsom. Omdat daarna meer dan 42 dagen zijn verstreken, is de maximale dwangsom van €1.442,- verschuldigd. Daarnaast is een nadere beslistermijn van zestien weken redelijk geacht vanwege de noodzaak van mogelijk DNA-onderzoek.
De rechtbank heeft echter besloten de nadere beslistermijn te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de ingebrekestelling en heeft de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor het overschrijden van deze termijn is een dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €7.500,- opgelegd. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van €418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een dwangsom vast en legt een nadere beslistermijn van twee weken op aan de staatssecretaris.