ECLI:NL:RVS:2024:2642
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Ingang beslistermijn bij gegrond beroep tegen niet tijdig besluit mvv nareisaanvraag
De vreemdeling en referent stelden beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde een beslistermijn van zestien weken, die zij liet ingaan op de datum van ontvangst van de ingebrekestelling door de staatssecretaris. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de beslistermijn niet op de datum van ontvangst van de ingebrekestelling kan ingaan, maar op de dag na verzending van de uitspraak van de rechtbank. Dit volgt uit artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoewel de rechtbank een langere termijn van zestien weken passend achtte, liet zij deze onjuist ingaan, waardoor feitelijk slechts de standaardtermijn van twee weken werd toegepast.
De Afdeling vernietigt het onderdeel van de uitspraak dat de beslistermijn op twee weken na verzending van de uitspraak stelt en vervangt deze door zestien weken na verzending van die uitspraak. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank blijven in stand. Hiermee wordt verduidelijkt dat de beslistermijn bij gegrond verklaring van het beroep tegen niet tijdig besluit op een nareisaanvraag altijd ingaat op de dag na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De beslistermijn voor het nemen van een besluit op de nareisaanvraag gaat in op de dag na verzending van de uitspraak en wordt vastgesteld op zestien weken.