ECLI:NL:RBDHA:2023:18199
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening na verstreken overdrachtstermijn
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem over te dragen aan Roemenië op grond van de Dublinverordening. De overdracht zou plaatsvinden op 23 november 2023, maar de overdrachtstermijn van zes maanden na het claimakkoord van 12 mei 2023 was inmiddels verstreken.
De voorzieningenrechter overweegt dat het enkel indienen van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in een Dublinprocedure niet leidt tot opschorting van de overdrachtstermijn. Omdat de termijn is verstreken, is het voornemen tot overdracht evident onrechtmatig. Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen en wordt de Staatssecretaris verboden om overdrachtshandelingen te verrichten.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Roemenië wordt verboden omdat de overdrachtstermijn is verstreken.