Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2023 in de zaken tussen
Kopano B.V., te Delft, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
5 april 2022 kan haar niet baten. In die zaak oordeelde de rechtbank dat verweerder maatwerk had moeten leveren bij het vaststellen van de loonsom. In de zaak van eiseres gaat het om (de verschoonbaarheid van) de overschrijding van de fatale aanvraagtermijn. Het loslaten van het uitgangspunt dat overschrijding van de aanvraagtermijn alleen onder bijzondere omstandigheden mogelijk is, heeft verstrekkender gevolgen voor de uitvoeringspraktijk dan het bieden van maatwerk bij het vaststellen van de loonsom. In het kader van de belangenafweging heeft het hanteren van de fatale aanvraagtermijn daarom een relatief zwaar gewicht. Dat eiseres in overeenstemming met het doel van de NOW-regeling heeft gehandeld door het personeel in dienst te houden maakt dit niet anders. Bij een (groot) financieel belang mag van eiseres worden verwacht dat de voor de vaststelling benodigde financiële gegevens, zoals het omzetverlies, nauwkeurig worden berekend en dat daarbij wordt gelet op de termijn om de subsidievaststelling aan te vragen. Een onjuiste berekening van het omzetverlies komt voor rekening en risico van eiseres. Ook de stelling van eiseres dat een nodeloos verschil tussen het civiele recht en het bestuursrecht moet worden vermeden, heeft niet tot gevolg dat van het strikt hanteren van fatale aanvraagtermijnen zou moeten worden afgeweken.