ECLI:NL:RBDHA:2023:1829

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2023
Publicatiedatum
17 februari 2023
Zaaknummer
NL22.18951
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Tijdelijke wet opschorting dwangsommen INDArt. 47 EU-Handvest
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen ontbreken bestuurlijke dwangsom bij asielvergunning ongegrond verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin aan haar een asielvergunning is verleend, omdat in dat besluit geen bestuurlijke dwangsom is vastgesteld. De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend en partijen stemden in met uitspraak zonder zitting.

De rechtbank overweegt dat het betoog van eiseres niet slaagt, mede gelet op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 november 2022. Daarin is geoordeeld dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen in de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND niet in strijd is met het Unierecht en het EU-Handvest.

De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken en concludeert dat de staatssecretaris geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier M. Lok.

Uitkomst: Het beroep tegen het ontbreken van een bestuurlijke dwangsom bij de asielvergunning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.18951

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

geboren op [geboortedatum] ,
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van de staatssecretaris van 29 augustus 2022 waarin aan haar een asielvergunning is verleend.
1.1
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
1.2
Partijen hebben toestemming gegeven uitspraak te doen zonder zitting. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres kan zich niet met het besluit op haar asielaanvraag verenigen, uitsluitend omdat in het besluit geen bestuurlijke dwangsom is vastgesteld. De staatssecretaris is verder geheel aan de aanvraag van eiseres tegemoetgekomen.
2.1
Het betoog van eiseres dat de staatssecretaris een bestuurlijke dwangsom had moeten vaststellen slaagt niet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 30 november 2022 [1] geoordeeld dat artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, voor zover daarin het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen wordt uitgesloten, niet in strijd is met het Unierechtelijk gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel en ook niet met artikel 47 van Pro het EU Handvest. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding anders te oordelen. De staatssecretaris is daarom geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is ongegrond.
3.1
Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Lok, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.