ECLI:NL:RBDHA:2023:18303
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens te late indiening en gebrek aan gegronde aanwijzingen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele zaak tegen Defam B.V., wegens vermeende vooringenomenheid en onvoldoende kritische houding over de BKR-wetgeving. Het verzoek volgde na een zitting op 10 mei 2023, maar werd pas op 26 juni 2023 ingediend. De rechtbank oordeelde dat dit te laat was, omdat verzoeker geen redelijke verklaring gaf voor het tijdsverloop van ruim zes weken.
De rechtbank benadrukte dat een wrakingsverzoek direct na het bekend worden van de omstandigheden moet worden ingediend om onnodige vertraging te voorkomen. Daarnaast werd overwogen dat de verwijten van verzoeker vooral betrekking hadden op inhoudelijke oordelen van de kantonrechter of bejegeningsklachten, waarvoor de wrakingsprocedure niet bedoeld is.
De kantonrechter ontkende de aantijgingen van vooringenomenheid en handelde volgens het procesreglement. De wrakingskamer concludeerde daarom dat verzoeker niet-ontvankelijk was en wees het verzoek af, waarna de hoofdzaak werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en wordt afgewezen.