ECLI:NL:RBDHA:2023:18317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op onrechtmatige voortduring bewaring vreemdeling na niet-bevestiging nationaliteit
Eiser werd op 22 september 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd door de staatssecretaris voortgezet, maar op 21 november 2023 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de bewaring tot 6 oktober 2023 rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op de periode tussen 6 oktober en 21 november 2023. Hoewel de staatssecretaris meerdere pogingen deed om de uitzetting naar Marokko te realiseren, waaronder het rappelleren van een laissez-passer-aanvraag en het voeren van vertrekgesprekken, was er vanaf 16 november 2023 geen zicht meer op uitzetting omdat de Marokkaanse autoriteiten de nationaliteit van eiser niet konden bevestigen.
De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring vanaf die datum onrechtmatig, ook al werden nog belgegevens opgevraagd. Er was geen concrete aanleiding voor het opvragen van deze gegevens en het had eerder kunnen gebeuren. De rechtbank kent eiser een schadevergoeding van €600 toe voor twee dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €1.674.
Uitkomst: De voortzetting van de bewaring vanaf 16 november 2023 was onrechtmatig en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.