ECLI:NL:RBDHA:2023:18326
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele procedure tegen I-Finance Services B.V., stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn vanwege voorlopige oordelen, onjuiste interpretaties en de wijze van bejegening tijdens de zitting.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en concludeerde dat voorlopige oordelen van de rechter, ook indien nadelig voor verzoekers, geen reden zijn voor wraking omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. Klachten over de bejegening zijn niet geschikt voor de wrakingsprocedure en kunnen via een klacht bij het gerechtsbestuur worden ingediend.
Verder bleek uit het proces-verbaal dat verzoekers voldoende gelegenheid hadden hun standpunten toe te lichten en dat de rechter haar taak in het bewaken van de procesorde naar behoren vervulde. Ook het vermoeden van overleg tussen de rechter en de wederpartij werd niet ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening en gebrek aan onderbouwing.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor vooringenomenheid.