Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische staatsburger, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek om overname aan Frankrijk gedaan, dat door Frankrijk was aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege zijn bijzondere medische kwetsbaarheid (hemofilie en angstpsychoses) en dat Nederland zijn asielaanvraag aan zich had moeten trekken om medische zorg en familieondersteuning te waarborgen. Hij overhandigde medische documenten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Frankrijk zijn verplichtingen niet zou nakomen of dat hij als bijzonder kwetsbaar moest worden aangemerkt in de zin van het arrest Tarakhel. Er was geen objectief medisch bewijs dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid. Verweerder hoefde daarom geen BMA-advies op te vragen.
Ook waren de familiebanden in Nederland niet zwaarwegend genoeg om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.