Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 30 juni 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en concludeerde dat deze tot 26 oktober 2023 rechtmatig was. Het huidige geschil betreft de periode daarna. Eiser stelde onder meer dat de grondslag van de bewaring onjuist was omdat hij eerder asiel had aangevraagd in Slovenië en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting naar Marokko.
De rechtbank oordeelde dat de grondslag van de bewaring rechtmatig is en dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom uitzetting niet mogelijk is. Ook het strikte regime in het detentiecentrum leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.