ECLI:NL:RBDHA:2023:18411

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
NL23.29437
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 12 lid 4 DublinverordeningVreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 30 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Roemenië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Roemenië had aan eiser eerder een D-visum verleend en bevestigde haar verantwoordelijkheid via een claimakkoord.

Eiser stelde dat hij bij overdracht aan Roemenië een reëel risico loopt slachtoffer te worden van pushbacks, ondersteund door een rapport van KlikAktiv en een eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht. De rechtbank oordeelde echter dat de enkele systematische pushbacks in Roemenië onvoldoende zijn om te concluderen dat eiser persoonlijk een reëel risico loopt. Het rapport bevatte slechts vier niet-concrete gevallen.

Verder wees de rechtbank erop dat eiser zich bij problemen tot de Roemeense autoriteiten moet wenden, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij eerder adequaat zijn klachten bij deze autoriteiten had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inbehandelingname van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29437

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 15 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 15 november 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Als tolk is verschenen A. Saharan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Pakistaanse nationaliteit te hebben. Op 30 maart 2023 heeft hij een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [1] Gebleken is dat de autoriteiten van Roemenië aan eiser een D-visum hebben verleend met een geldigheidsduur van 5 augustus 2022 tot 4 november 2022. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Roemenië verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. [2] De Roemeense autoriteiten hebben niet tijdig op dit verzoek gereageerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Roemenië sinds 13 augustus 2023 vaststaat. Op 22 augustus 2023 hebben de Roemeense autoriteiten dit bevestigd met een claimakkoord.
3. Eiser voert daartegen aan dat hij bij overdracht aan Roemenië een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van pushbacks. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser een rapport van KlikAktiv overgelegd. [3] Ook verwijst eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 15 augustus 2023. [4] Verder heeft verweerder ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij zich bij voorkomende problemen tot de Roemeense autoriteiten kan wenden. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij eerder bij zowel de politie als de immigratiedienst in Roemenië om hulp heeft gevraagd en door hen is weggestuurd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. In zijn algemeenheid mag verweerder ten aanzien van Roemenië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. [5] Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval daarvan niet kan worden uitgegaan. Eiser is hierin niet geslaagd.
5. Voor zover er in Roemenië pushbacks plaatsvinden, is dit een fundamentele systeemfout in de asielprocedure. De enkele omstandigheid dat pushbacks plaatsvinden is echter op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat Roemenië zich ten aanzien van Dublinterugkeerders niet aan zijn internationale verplichtingen houdt. Eiser is er niet in geslaagd om concrete aanknopingspunten te leveren op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat eiser als Dublinterugkeerder ook een reëel risico loopt om door middel van een pushbacks vanuit Roemenië te worden doorgestuurd naar een derde land, zonder dat hij een verzoek om internationale bescherming heeft kunnen indienen en een asielprocedure heeft kunnen doorlopen. Het rapport van KlikAktiv biedt hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. Het rapport maakt slechts melding van vier gevallen en deze zijn niet van voldoende concreet bewijs voorzien om te kunnen concluderen dat er sprake is van (stelselmatige) pushbacks van Dublinclaimanten. De rechtbank volgt hiermee niet de uitspraak van zittingsplaats Utrecht waarnaar eiser heeft verwezen.
6. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser zich bij voorkomende problemen moet wenden tot de Roemeense autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen bij de Roemeense autoriteiten voor eiser niet mogelijk is of dat zij eiser niet willen of kunnen helpen. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerder voldoende inspanning heeft vertoond om zijn klachten of zorgen kenbaar te maken bij de autoriteiten in Roemenië.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013
3.Klikaktiv ‘Formalizing Pushbacks - the Use of readmission agreements in pushbacks operations at the Serbian-Romanian border’, januari 2023.
5.Laatstelijk bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 7 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:902.