Eiseres diende op 16 februari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarna eiseres de Staatssecretaris op 18 augustus 2023 in gebreke stelde. Vervolgens stelde zij op 14 september 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Gelet hierop is het beroep kennelijk gegrond. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer waarin is vastgesteld dat overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging een bijzonder geval is en dat een nadere termijn moet worden gesteld.
De rechtbank stelt vast dat het dossier nog niet compleet is omdat de Staatssecretaris voornemens is nader onderzoek te doen via een identificerend gehoor. Daarom wordt de Staatssecretaris opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd, met een maximum van € 7.500, en wordt de reeds verbeurde dwangsom vastgesteld op € 1.442. Daarnaast wordt de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres.