ECLI:NL:RBDHA:2023:18458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WIA-voorschotten ondanks bezwaar eiseres
Eiseres, een WIA-uitkeringsgerechtigde die vanaf 21 maart 2022 als docent ging werken, ontving van 1 maart tot en met 31 mei 2022 een te hoog voorschot op haar uitkering. Het UWV vorderde dit bedrag van bruto €3.037,16 terug. Eiseres betwistte de hoogte en de berekening van de terugvordering en voerde aan dat zij netto bedragen ontving terwijl bruto werd teruggevorderd. Tevens stelde zij dat zij vanwege haar status als gedupeerde van de Toeslagenaffaire en haar schuldenlast dringende redenen had om (gedeeltelijk) van terugvordering af te zien.
De rechtbank stelde vast dat eiseres correct was opgeroepen voor de zitting, maar niet verscheen. De berekening van het UWV werd onderbouwd met loonstroken en het SV-loon dat de werkgever aan de Belastingdienst had doorgegeven. De rechtbank oordeelde dat de berekening juist was en dat eiseres onvoldoende had gemotiveerd waarom deze onjuist zou zijn. De rechtbank verwierp het beroep op dringende redenen omdat de schulden en de toeslagenproblematiek op zichzelf onvoldoende zijn om af te zien van terugvordering.
Verder bevestigde de rechtbank dat terugvordering in bruto bedragen terecht is na afsluiting van het fiscale jaar, en dat eiseres via de belastingaangifte eventueel teveel ingehouden loonheffing kan terugvragen. Het beroep werd ongegrond verklaard, en het betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV mag het te veel betaalde voorschot op de WIA-uitkering terugvorderen.